|
Inhoudsopgave
Homilie vierde zondag B-jaar anno 2012 |
|
Wie door onze Vlaamse dorpen en steden rijdt, kan volgens mij naast twee dingen echt niet naast kijken: enerzijds de talloze drank- en broodautomaten en anderzijds de vele schoonheidssalons. Ik moet zeggen dat ik van beiden, en zeker van dat laatste verschijnsel, bijzonder weinig gebruik maak ... Maar graag ik ook eet en hoe fijn ik het vind dat mensen zorg besteden aan hun voorkomen en uiterlijk, toch vind ik de opkomst van die recente fenomenen echt typerend in een tijd waarin sommige van onze kerkgebouwen niet enkel op weekdagen maar zelfs op zaterdagavond of zondagochtend gesloten blijven. Zijn we bij dat alles echt goed bezig? Als ons kapsel om de zoveel weken moet bijgewerkt worden en onze nagels geveild, waarom zou onze geest dan jaar in jaar uit moeten functioneren zonder nieuwe 'input', zonder nazicht, rust en onderhoud? Ik denk met andere woorden dat we echt te weinig beseffen dat het noodzakelijk is om onze geest op tijd en stond te voeden en van nieuw materiaal te voorzien. En zit precies daarin niet de onbetaalbare rijkdom van een doorleefd christelijk geloof, ons wekelijks samen bidden en vieren, ons samenkomen in het huis van God om te bidden en te zingen, ons hart uit te spreken tegenover God en nieuwe gedachten en ideeën te verzamelen.
Merkwaardig dat het in het evangelie van deze zondag uitgerekend een man bezeten van een onreine geest is, die de vraag stelt naar Jezus' bevoegdheid en identiteit. Ligt de vraag naar wat Jezus met ons te maken heeft, ook nog op onze lippen?' Merkwaardig dat die vraag hier niet hardop wordt gesteld door één van de vooraanstaande Joden van Kafarnaüm maar door een nam wiens naam ons voor het overige onbekend blijft, een man die in de macht is van een onreine geest?
Durven wij die vraag diep in ons hart ons hardop op afvragen wat Jezus met ons te maken heeft, waar Zijn boodschap en dromen ons leven, onze geest en ons hart raken, en waar ze elkaar eventueel niet vinden? Pas als we die vraag durven stellen en onder ogen zien, kunnen we ooit te weten komen wat ons geloof in Jezus als de Heilige Gods betekent en wat niet! Hoe kunnen we ooit christen zijn, worden én blijven als we daarop geen - zij het altijd een tijdelijk - antwoord kunnen geven?
En de bezetene wacht Jezus' antwoord ook niet af. Wat Marcus op het einde van zijn evangelie aan zijn lezers wil duidelijk maken vernemen we hier al in het allereerste hoofdstuk in het antwoord dat de bezetene in eenzelfde adem op zijn nijpende vraagt geeft: 'De Heilige Gods!' Durven wij deze belijdenis vandaag de dag nog in onze mond nemen: de belijdenis dat Jezus alles te maken heeft met ons, omdat Hij van God is uitgegaan en ons naar die God leiden wil? Durven wij geloven dat die Jezus - precies omdat hij de heilige Gods is - ons kan genezen van alles wat ons vandaag de dag gevangen houdt en ongelukkig maakt? Kan en mag die Jezus als de heilige Gods de meest vreemde krachten in onze harten en geesten het zwijgen opleggen en tot bedaren brengen? Mag die overgrote liefde die God ons in Jezus van Nazareth aanbiedt ons hart en onze geest helen, ons van onze hoogmoed en dodelijke individualisme bevrijden en genezen, ons doen inzien dat we niet goed bezig zijn wanneer wij het onmogelijke van elkaar gaan eisen, niet meer verdragen dat mensen fouten maken, laat staan hen ooit nog de kans geven om weer overeind te komen? Laten we toe dat Jezus op bepaalde ogenblikken en in bepaalde situaties tegen ons zegt: 'Zwijg stil …!' Wij die zo vaak denken dat we het moeten uitleggen en het voor het zeggen hebben …'
Ik blijf ervan overtuigd dierbaren dat onze wekelijkse samenkomst in onze kerken, samenkomsten die getekend zijn door hartelijk gebed maar ook hartelijke, familiale omgang met elkaar, ons kunnen bevrijden van de onreine geesten die onafgebroken zoeken te huizen in ons leven. Pas waar we ons eerlijk en iedere zondag opnieuw de vraag stellen naar wat Jezus met ons te maken heeft, kan Hij Zijn nieuwe leer met ongezien gezag aan ons verkondigen. Ik ben er immers zeker van dat we elke zondag opnieuw die liefdevolle en levengevende injectie van Jezus nodig hebben om ons van tal van onreine geesten te genezen en te bevrijden. Want die onreine geesten bestaan in ons, en in onze kerkgemeenschap, daar ben ik zeker van. Ze komen tot leven daar waar we we niet bereid zijn naar elkaar te luisteren, waar we elkaar elke vorm van vergeving weigeren vanuit onze hoogmoedige gedachte dat wij perfect en heilig zijn. Ze laten hun teugels los wanneer wij niet langer de goede bedoelingen zien en zoeken in het hart en de handelingen van onze medegelovigen en daar waar ons geloof maar een fijn laagje chroom is met daaronder een honger naar macht, aanzien en zelfbehoud. Daar waar wij anderen toeroepen dat ze moeten zwijgen en zo vaak - wanneer we geen kant meer op kunnen - aan de noodrem trekken door aan anderen te vragen: 'Zijn dat soms uw zaken?'
Wie ons echt liefheeft en het beste met ons voor heeft, heeft altijd zaken met ons. Die ongeveinsde liefde en oprechte vriendschap kan ons van heel veel onreine geesten bevrijden, zoals enkel het blijvende liefdeswoord van Jezus ons in toom en op de juiste temperatuur kan houden. Dat is mijn inziens en aanvoelen het grote belang en de onbetaalbare rijkdom van ons biddend samenzijn elke zondag opnieuw: dat we alles willen te maken hebben met Gods liefde zoals ze in Jezus leven en sterven aan het licht is gekomen en ons telkens weer door die hemelse liefde willen laten voeden en genezen van zoveel waanideeën. Waar de liefde heerst, waar we enkel gezag schenken aan Gods liefde voor ons mensen zullen heel veel, zo niet alle onreine geesten het onderspit moeten delven. Waar we geloven dat Jezus niet gekomen is om ons in het verderf te storten maar ons blijvend te helen en te genezen tot complete, hele, volledige mensen, zal Gods liefde ons een nieuwe toekomst en een nieuw bestaan schenken! Sinds ik geraakt werd door Jezus' liefde, kan ik me niet van de gedachte ontdoen dat Hij met mijn leven, alles, maar dan ook alles te maken heeft!
Peter Kiekens
28-29 januari 2012
Heilig Hart,
Sint-Jan Evangelist,
Sint-Paulus en Onze-Lieve-Vrouw ter Rozen,
Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand.
Aalst
|