Inhoudsopgave

Homilie 31ste zondag A-jaar anno 2011

Ik vind niets zo vervelend en zo onpersoonlijk, dierbaren, dan een brief of e-mail die begint met 'beste' en nochtans heel persoonlijke informatie bevat.  Hoe kan een mens zich aangesproken voelen als men niet eens zijn naam gebruikt of bij name aanspreekt.  Zo las ik ooit in een artikel met zogenaamde beleefdheidsregels dat men een enveloppe met een gelukwens of zelfs een financiële attentie nooit ongeadresseerd mag afgeven en van de suisse van Atom zaliger gedachtenis onthoud ik nog altijd zijn bedenking: 'Zelfs al draag je het hele dorp een overlijdensbericht, als er niet de naam en voornaam van de concrete mensen opstaat, zal het geen of weinig impact hebben bij de mensen.

Maar hoe spreek je mensen aan?  Ik zie in mijn eigen leven - tenzij ik een abnormale opvoeding in een achtergebleven buurt heb gekregen - dat de tijd van 'mijnheer de dokter' en 'mijnheer de burgemeester' en 'mijnheer pastoor' voor goed voorbij is.  Zeg maar Dirk, Jan of Piet!  En aan die omwenteling zit volgens mij iets goed maar ook iets jammerlijk.  Een ding is mij duidelijk: ik hou niet van mensen die bij een eerste ontmoeting doen alsof ze mij al eeuwen kennen en je samen dikke vriendjes bent.  Vriendschap, liefde en genegenheid hebben nog altijd tijd nodig, tijd om te groeien en te ontluiken.  Te hart van stapel lopen is als een pas ontloken bloem die je voortijdig plukt.  Mijn mond zal ook niet scheuren door iemand aan te spreken met de titel die hij draagt of verdient.  En dat betekent helemaal niet dat ik een voorstander zou zijn van een klassenmaatschappij of standenverschil.  Als mensen terecht een bepaalde titel dragen, dan mogen ze die ook gebruiken.  Dat hoeft helemaal niet te betekenen dat de ene op de andere mag neerkijken.  Trouwens er zit ook pedagogisch en sociaal kantje aan: wie op zijn titel wordt aangesproken, wordt meteen ook op zijn verantwoordelijk gewezen en zal meteen ook horen wat de groep van hem of haar verwacht.  Een schooldirecteur of bedrijfsleider die zijn korps aanspreekt met 'collega's' doet volgens mij aan een onnodige en vorm van  populisme.  Want wanneer er ooit een belangrijke beslissing moet worden genomen, knopen moeten worden doorgehakt zou het kunnen dat die 'vriendjespolitiek' hem of haar nog zwaar komt te staan.  Dan zullen vele van die 'vrienden' snel en spontaan een stapje achteruit zetten, precies om hun eigen hachje te redden en dan zullen ze desnoods wel hardop zeggen dat ze van de directeur een beslissing verwachten.

En toch is er ook een goede wending in het trend om dokters, politici of een priester vandaag de dag aan te spreken met zijn of haar voornaam.  We zijn namelijk toch allemaal kinderen van God, en we hoorden Jezus in het evangelie nog zeggen dat we slechts één vader hebben, namelijk onze hemelse.  Geef toe, het doet een beetje vreemd, ja zelfs wat irreëel aan.  Alsof onze aardse vaders totaal onbelangrijk en van geen zouden tel zijn.  Ik denk dat we hier eerder moeten kijken naar Jezus' oproep om ons in Gods liefde gelijkwaardige mensen te weten, allen afhankelijk van diezelfde God die we vertrouwelijk en intiem als 'Vader' mogen aanspreken en waaruit in eenzelfde beweging volgt dat de andere mens onze 'medemens', of broer of zus is, een man of vrouw die ongeacht zijn of haar opleiding of afkomst onze naaste is en die we moeten beminnen als onszelf.

Voor mezelf gebruik ik graag de titel 'pastoor Peter' omdat die het meest recht doet aan de wijze waarop ik mezelf zie.  Ik ben natuurlijk de mens die ik ben, de mens die nog steeds niet ben maar toch worden wil.  Ik ben namelijk nog steeds met vallen en opstaan onderweg in de liefde tot de naaste en tot God, en tijdens dat traject kan ik mijn eigen persoonlijkheid en karakter nooit helemaal wegcijferen in de beleving van mijn roeping en zending binnen de kerk.  Ik ben nu eenmaal die concrete mens met die welbepaalde achtergrond en het gebruik van mijn voornaam maakt - vind ik - dat mooi duidelijk.  En tegelijk hoor ik mensen graag 'pastoor' of zoals in mijn schools verleden 'priester' zeggen omdat ze precies datgene in mij aanspreken wat ik voor hen - met vallen en opstaan - wil zijn: een wegwijzer naar God.  De term 'pastoor' moet immers het beste in mij aan christelijke geloof en christelijke dienstbaarheid tot leven roepen.  Ik wil met andere woorden dat mensen geen onderscheid maken tussen een concrete man met zijn talenten en onhebbelijkheden én zijn beroep, of de mens én de functionaris netjes van elkaar gescheiden houden alsof ik een nine to five job zou uitvoeren.  Ik ben immers voortdurend die 'Peter' die 'pastoor' is en 'die pastoor' die 'die Peter' blijft.

Belangrijk is de woorddienst van deze 31ste zondag in het A-jaar, lijkt Jezus' oproep om Hem alleen 'Meester' te noemen.  Op die wijze maakt hij duidelijk dat wij allen, huisvrouw, bankbediende, politicus of priesters, nog steeds onderweg zijn in de beleving van ons christelijk geloof.  We zijn er bijna maar nog niet helemaal, zoals we evenmin de hemel binnen handbereik hebben.  We hebben nog een lange weg, een weg van steeds weer proberen, lukken en mislukken te gaan, maar nooit mag het erop lijken dat we al gearriveerd zijn en ons niets meer kan gebeuren, dat we als christen volleerd en afgestudeerd zijn!  Paus, bisschop of catechist: allen staat we in de leer bij Jezus, zoals de apostelen - heel merkwaardig en opvallend - onafgebroken leerling van Jezus zijn gebleven.  Wanneer in Jezus' tijd iemand 'rabbi', zeg maar Bijbeldeskundige, wou worden, dan ging die als het ware in de leer bij één of andere bekende rabbi, net alsof iemand vandaag de dag 'leergast' zou worden van een bekende advocaat of chef precies om na de afgesproken stage op eigen vleugels verder te gaan en zijn eigen zaak te beginnen.  De apostelen daarentegen blijven leerling van Jezus, ook na Zijn verrijzenis.  Ze zijn het eigenlijk pas na Zijn opstanding en verrijzenis uit de dood maar ten volle geworden!

De echte christen weet dus dat de echte titels aan God en Jezus toekomen en dat we geroepen zijn om op een broederlijke of zusterlijke wijze om te gaan met de man of vrouw die we te woord staan of van dienst kunnen zijn, en dat de cursus 'christen-zijn' nooit is voltooid.  Dat besef van nederigheid moet een echte christen kenmerken, een echte heilige van een schijnheilige onderscheiden.  Best het overwegen waard in aanloop naar het hoogfeest van Allerheiligen: is mijn geloof een dienst aan God die ik 'Vader' mag noemen of zet ik liever mezelf in de Allerheiligenbloemen en het centrum van de belangstelling?  Ook al is voor allen die bij het onderwijs zijn betrokken nu de schoolvakantie begonnen, dit evangeliewoord blijft overeind.  'We hebben maar één leraar, de Christus.'

E.H. Peter Kiekens
29 en 30 oktober 2011
Heilig Hart, Sint-Jan Evangelist,
Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand,
Sint-Paulus en Onze-Lieve-Vrouw ter Rozen
Aalst

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Startpagina Liturgische vieringen Kennismaking Vierende gemeenschap Gemeenschap in beweging Homilie Activiteiten Nieuwsbrief Onze parochiegemeenschap Foto's Straatnamen Links Wel en wee